Ecofilosofie

6 Humane wetenschappen

Tijdens de les filosofie trokken de leerlingen van het zesde jaar Humane Wetenschappen naar buiten voor een bijzondere les ecofilosofie, met als centrale vraag: “Hoe kan een hond ons leren hoe we moeten samenleven?” Vanuit de Griekse filosoof Diogenes maakten de leerlingen kennis met hedendaagse denkers zoals Donna Haraway.

Daarbij onderzochten ze hoe mensen verbonden zijn met dieren, technologie, ecosystemen en zelfs onzichtbare levensvormen. Of was u al vergeten hoe een onzichtbaar klein organisme als COVID-19 onze levens overhoop gooide zo’n zes jaar geleden? Maar even goed waarom een klaslokaal toch een handige plek is, als er plots een voorjaarsbui losbreekt, of een vogel plots een worm laat vallen op je lesnotities.

De les vond bewust plaats in een groene omgeving, met een hond als concrete ‘gezelschapssoort’: een dier waarmee mensen al duizenden jaren samenleven en dat onze manier van leven mee gevormd heeft. Vanuit die ervaring dachten de leerlingen na over actuele vragen rond klimaat, artificiële intelligentie en identiteit: zijn we nog dezelfde mensen als we steeds vaker alles aan ChatGPT vragen?

Net zoals een hond zijn nut heeft in onze familie, zo is bijvoorbeeld ook onze wasmachine allang een onmisbare schakel in het gezin. Toch zien we machines graag als iets anders. Gaan we zo blijven denken als robots ons in de toekomst ook gezelschap komen houden? Zo werd ecofilosofie niet alleen een theoretisch onderwerp, maar ook een oefening in kritisch nadenken over onze plaats in de wereld.